Het viel me op dat vensters zo gelaagd zijn en een sociale functie hebben. Ze zijn een duidelijke, toch semitransparante scheiding. Ze lijken te communiceren met kijk-niet-naar-binnen-gordijnen en de jij-ziet-mij-niet-maar-ik-kan-jou-wel-zien-folie of de zeldzame alles-open variant, met de hier-is-het-gezellig-decoratie en de het-kan-me-niet-schelen-wat-je-denkt-rommel.

Wat vensters ook vaak doen – en nog meer – is reflecteren. Vaak zie je niet wat er binnen aan de hand is omdat je naar je eigen spiegeling kijkt – hoe typerend voor de menselijke blik.

 

In de film Episode III: Enjoy Poverty van Renzo Martens zegt een fotograaf dat foto’s zijn eigendom zijn, omdat hij het moment koos waarop de foto genomen is. Dat was een beetje wrang en riep opnieuw bij me de vraag op, of een foto 100% eigendom van de fotograaf is. Ik weet niet of deze foto’s van mij zijn, ik durf ze in ieder geval geen werk te noemen.

Wat de foto’s wel zijn, is deel van een onderzoek, wat de aanleiding vormde voor het werk Heimelijk verlangen.